Al maanden knaagt het: “Ik moet dringend nog eens iets op mijn blog over het stoïcisme posten.” Maar wat? De paar ideeën die ik de voorbije tijd had, raakten niet voorbij de ‘Is dit belangrijk genoeg?’-hindernis.
Zonet zat ik even op het terras van mijn appartement. Een terras dat omringd is door een donkergroen traliewerk. Niets bijzonders, maar wel dé werkruimte van een lokale wesp. Meerdere keren per dag vliegt het wezen van tralie naar tralie. Elke keer dezelfde route, op dezelfde manier. Ook vandaag weer. Minutieus lijkt het beestje een soort inspectie uit te voeren. Waarom? Wat motiveert dat ding toch om telkens weer heel mijn terrasomheining te onderzoeken. Ik vroeg het me af.
Het antwoord kwam niet veel later, toen ik aan een passage uit het dagboek van Marcus Aurelius moest denken. Hoewel het nog geen exact antwoord biedt op wat deze specifieke wesp aan het uitspoken is, wist ik wel wat de achterliggende reden was van deze haast rigoureuze kwaliteitscontrole.
“Zeg bij zonsopgang, als je moeite hebt om uit bed te komen, tegen jezelf: “Ik moet gaan werken – als mens”. Wat heb ik te klagen, als ik ga doen waarvoor ik geboren ben – de dingen waarvoor ik op de wereld ben gezet? Of is dit waar ik voor geschapen ben? Om onder de dekens te kruipen en warm te blijven?
-Maar het is hier aangenamer. . . .
Dus je bent geboren om je ‘aangenaam’ te voelen? In plaats van dingen te doen en te ervaren? Zie je niet dat de planten, de vogels, de mieren en spinnen en bijen hun individuele taken uitvoeren en de wereld zo goed mogelijk op orde brengen? En ben je niet bereid om je werk als mens te doen? Waarom haast je je niet om te doen wat je natuur van je vraagt?”
Mijn gevleugelde mede-aardbewoner doet wat van hem verwacht wordt. Wat volledig in zijn natuur ligt. Waarvan het nut me nog steeds ontgaat maar waarvan ik wel zeker ben dat het cruciaal is in een groter geheel. Ieder zijn deel. De bakker zijn brood. De koe haar melk. De boom z’n zuurstof. De wesp zijn ronde.
Bovenstaande passage uit Marcus Aurelius’ dagboek toont hoe zelfs een keizer van een gigantisch rijk soms twijfelt over waarom hij uit zijn bed zou komen. Waarom hij aan zijn dag zou beginnen. Hoe gek dat ook mag klinken, want van een keizer zou je verwachten dat hij zonder verpinken aan zijn waslijst aan keizerlijke taken kan beginnen. Iets zegt me dat zijn agenda nog gevulder was dan een koffer van een terugkerende reiziger met een souvenirsverslaving. Er valt genoeg te doen voor jou, voor mij en voor de lokale wesp. En waar kies je dan voor? Volgens het stoïcisme voor wat het best aansluit bij jouw natuur.
Maar wat is dat dan? Mijn natuur? Hoe ontdek je die en wanneer weet je dat je hem gevonden hebt? Eerlijk gezegd ben ik er zelf niet uit. Ik kan me ook inbeelden dat dit met de jaren kan veranderen. Dat het gelinkt is aan fases in je leven. Zo weten kersverse ouders instinctief wat er in hun natuur ligt op dat moment. Wat ze ‘horen te doen’. Nu deze blogpost maken voelde voor mij, met dank aan mijn terrasvriend, als het meest natuurlijke dat ik op dit moment kon doen. Over straks en morgen: dat zien we dan wel weer. Ik heb enkel het nu en da’s ruim voldoende.
Foto door Skyler Ewing via Pexels