Interview met burgemeester Bart De Wever: “Als stoïcisme een schaamlapje wordt voor goedkope en holle slogans, haalt het weinig uit.”

Tijdens een zoektocht naar hedendaagse bekende gezichten die het stoïcisme beoefenen, kwam ik al snel bij Antwerps burgemeester Bart De Wever uit. Benieuwd naar hoe een burgervader deze filosofie hanteert en beleeft, stuurde ik hem enkele vragen op. Wat heeft hij aan het stoïcisme? Zou een stad vol stoïcijnse inwoners wenselijk zijn? Met welke stoïcijnse deugd worstelt hij het meest? Enkele vragen waarop ik enige tijd geen antwoord kreeg. Tot nu. Ik maak er verder weinig woorden aan vuil en laat met veel plezier Bart De Wever zijn zeg doen.

Hoe maakte u voor het eerst kennis met het stoïcisme?

Mijn voorliefde voor het stoïcisme is gegroeid uit mijn redelijk fanatieke obsessie met de antieke oudheid. Die is er in mijn herinnering altijd geweest. Als kind verslond ik bijvoorbeeld de strips die werden verkocht in het winkeltje van mijn moeder. Behalve Asterix, want ik kon niet verdragen dat het krachtige Romeinse Rijk belachelijk werd gemaakt door een handvol achtergestelde, contraire barbaren. De Romeinen liggen mee aan de basis van onze westerse cultuur. Zonder hen zouden principes zoals gedeeld burgerschap, los van afkomst of overtuiging, nooit hebben bestaan.

Ik heb altijd een voorkeur gehad voor de Stoa (ander woord voor stoïcisme, red.). Dat ligt in mijn aard. Ik ben een rationeel persoon en probeer het leven te aanvaarden zoals het komt. Vrede nemen met wie we zijn en niet wakker liggen van zaken waar we geen vat op hebben: dat zijn belangrijke waarden om emotionele rust te brengen.

Welke stoïcijn spreekt u het meest aan en waarom?

De keizer-filosoof (Marcus Aurelius, red.) oefent uiteraard een natuurlijke aantrekkingskracht uit. De vermoeide generaal die overdag zijn troepen leidt en ’s avonds alleen in zijn tent filosofische mijmeringen neerpent: het is een romantisch beeld. De kracht van Marcus Aurelius ligt net in hoe hij die filosofische principes in de praktijk beleefde. Want tijdens zijn heerschappij was het krijgsgeweld nooit veraf. Maar dat geldt evengoed voor Seneca, die als adviseur van Nero een slappe koord moest bewandelen – en daar uiteindelijk jammerlijk is afgevallen. Die tragiek van gekende stoïcijnen houdt mij wel bezig: hoe onze morele waarden verzoend kunnen worden met ons dagelijks leven. Daar kunnen de levens van Marcus Aurelius en Seneca ons iets over bijbrengen.

Komt het stoïcisme van pas binnen uw functie als burgervader en politicus?

Het ligt in mijn aard om de nuchtere redelijkheid te vertolken in de politiek. Dat heeft wellicht ook te maken met mijn conservatieve overtuiging. Seneca schreef al dat een schip zonder bestemming altijd tegenwind heeft. Als politicus zet ik dus duidelijke, haalbare doelen voorop. Het heeft geen nut te dromen van wat onmogelijk is, of de werkelijkheid te negeren door ineens twintig stappen tegelijk vooruit te zetten. De samenleving evolueert geleidelijk aan, en politici zijn niet meer dan de rentmeesters van een werkelijkheid die is gekneed door een historisch proces waaraan ontelbare grote en kleine beslissingen van onze voorouders aan vooraf zijn gegaan.

Aan de andere kant voel ik ook wel dat ik ben gegroeid in mijn ambt. Ik ben de burgemeester van alle Antwerpenaren. Daardoor kom ik mijn stadsgenoten tegen in de meest vreugdevolle, maar ook in de moeilijkste tijden. Praten met de ouders van verkeersslachtoffers of een vondeling in de armen houden: dat zijn bijzonder emotionele momenten waar geen enkele gezagsdrager op voorbereid kan zijn. Die gevoelige kant van het ambt moest ik echt ervaren om te beseffen hoe waardevol ze is. Ook dan staat de leidraad mij bij dat er zaken zijn waar wij als mensen geen vat op hebben, en waar we enkel steun kunnen bieden aan wie er nood aan heeft.

Wat zouden de voor- en nadelen zijn van een stad vol stoïcijnse inwoners?

“Wat meer stoïcisme zou zeker helpen om een stad beter te maken, maar we moeten altijd opletten voor de extremen.”

Bart De Wever

Redelijkheid, plichtsbesef, verantwoordelijkheid: het stoïcisme biedt vele goede en stevige zuilen om een sterke stadsgemeenschap op te bouwen. Net zoals elke levensfilosofie zijn de stoïcijnse stelregels echter leidraden die door iedereen persoonlijk ingevuld worden. Wie dat op een strenge wijze doet, dreigt af te glijden naar kilheid of cynisme. De stoïcijnse apathie mag nooit werkelijk apathie worden zoals we dat vandaag begrijpen. Dan groeit er enkel onbegrip tussen mensen, wat het samenleven net belemmert in plaats van bevordert. Wat meer stoïcisme zou dus zeker helpen om een stad beter te maken, maar we moeten altijd opletten voor de extremen.

Welke hardnekkige misvatting over het stoïcisme moet volgens u dringend de wereld uit en waarom?

Stoïcisme is aan een opmars bezig als levensfilosofie. De beginselen worden tegenwoordig echter steeds vaker verspreid als louter individuele verrijking, zoals mindfulness ook een gekende methode is voor zelfverkenning en een goede levensbalans. Maar we mogen niet vergeten dat de stoïcijnen niet enkel bouwstenen aanreikten voor een gedegen persoonlijke ontwikkeling. Ze waren er vooral op gericht om het maatschappelijk leven te versterken. Als stoïcisme een schaamlapje wordt voor goedkope en holle slogans, haalt het weinig uit. Daarom kan het nooit kwaad om eens een echt boek vast te pakken, zoals de ‘Overpeinzingen’ (van Marcus Aurelius, red.) of het werk van Epictetus.

Wat is uw favoriete stoïcijnse uitspraak?

Ik zal u verrassen met een uitspraak die niet afkomstig is van een klinkende Romeinse naam, maar van een bijzonder man wiens begrafenis ik mocht bijwonen. Op zijn bidprentje stonden enkele verzen van zijn hand:

‘k Heb mijn verdriet alleen geschreid
en iedereen in al die tijd
doen denken dat ik vrolijk was.

Bob Davidse

Dat waren de woorden van Bob Davidse – nonkel Bob. De plechtigheid in de kathedraal werd afgesloten met het iconische lied ‘Vrolijke vrienden’, maar er zat een diep emotionele tragiek verscholen in zijn leven. Ik heb achter zijn hoek gewoond. Nonkel Bob bleef voor iedereen altijd de grote, warmhartige kindervriend. Zijn persoonlijk leven was echter niet zo vrolijk. Achter zijn bekende rol zat iemand die veel verdriet kende. Maar hij uitte dat niet naar buiten toe. Ik vind dat een erg mooie gedachte, want ook ik zal niet gemakkelijk mijn emoties publiek uiten.

Welk principe binnen het stoïcisme hanteert u het vaakst? Zijn er bepaalde stoïcijnse gewoontes die u (dagelijks) uitvoert?

Een principe dat ik erg belangrijk vind in een samenleving, is dat van de praemeditatio malorum. Booker T. Washington, een Amerikaanse schrijver die in slavernij werd geboren maar later aan het hoofd kwam te staan van een lerarenschool, schreef eens: “Ik begin te werken met het vooruitzicht op een succesvolle en aangename dag. Maar ik hou er ook rekening mee dat een van onze schoolgebouwen vuur vatten, of dat er een ongeluk gebeurt. Het zou kunnen dat iemand me beledigt in een toespraak of in een artikel voor iets dat ik al dan niet gedaan heb, of voor iets dat ik al dan niet gezegd heb.”

Washingtons ochtendritueel was niet nieuw. Het is goed tweeduizend jaar oud. Seneca leerde ons al het stoïcijnse principe van de praemeditatio malorum. Kort gezegd: wees voorbereid op het ergste. Want het ongeluk of ongemak dat kan gebeuren, is gemakkelijker verteerbaar als we er al rekening mee houden. In volkswijsheden komt die levenshouding terug, denk aan “een nee heb je, een ja kun je krijgen.”

Probeer dus ’s ochtends bij het wakker worden eens een praemeditatio malorum. Bedenk dat er doorheen de dag van alles kan gebeuren. Dat we mensen kunnen ontmoeten wiens karakter ons misschien niet zint. Wiens levenskeuzes niet de onze zijn. Wiens meningen we niet delen. Maar laat dat ons niet van de wijs brengen of opwinden. Ik probeer geregeld om de dag zo te beginnen. Als iedereen dat principe bij het ontwaken wat vaker zou beoefenen, kan er enkel maar meer begrip en wederzijds respect in onze samenleving komen.

Met welke stoïcijnse deugd worstelt u het meest?

“Met onze ondeugden moeten we leren omgaan. Want we leren ze nooit helemaal af.”

Bart De Wever

Iedereen heeft een bepaalde zwakte. Het is een kunst om die niet alleen te herkennen, maar om ze te erkennen. Pas wanneer iemand aanvaardt dat hij een bepaalde zwakte heeft, is er een opening om ze aan te pakken. Voor mij is die zwakte heel duidelijk: gulzigheid. Ooit woog ik zestig kilo meer. Dat was de tijd dat ik zware abdijbieren als aperitief aanzag en een steak Rossini als lunch verorberde. Op een gegeven moment kreeg ik echter een eerlijke medische inschatting van waar die levensweg toe zou leiden en moest ik een keuze maken.

Dat was aartsmoeilijk, want sporten had zich voor mij beperkt tot de keren dat ik noodgedwongen een trap moest nemen. Ik heb toch volhard en heb ondertussen zelfs een droom verwezenlijkt: de marathon van Athene lopen. Ik veranderde mijn eetgewoonte drastisch en stopte met drinken. Maar dat zal een levenslange inspanning blijven. Het menselijk karakter laat zich niet zomaar temmen. Met onze ondeugden moeten we leren omgaan. Want we leren ze nooit helemaal af.

Foto: vrij van rechten, verkregen via de woordvoerder van Bart De Wever.

Home » Interview met burgemeester Bart De Wever: “Als stoïcisme een schaamlapje wordt voor goedkope en holle slogans, haalt het weinig uit.”